ECLI:NL:RBNHO:2022:11359

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
10025899
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:277 lid 1 BWArt. 22 RvArt. 139 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake betaling abonnement en toestelkrediet bij T-Mobile

De eisende partij, T-Mobile Netherlands B.V., heeft de gedaagde gedagvaard wegens wanbetaling van een overeenkomst voor data- en telecommunicatiediensten en een kredietovereenkomst voor een toestel. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eisende partij voldoende heeft onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW. Hierdoor is een bedrag aan abonnementstermijnen toewijsbaar.

De eisende partij vordert ook betaling van niet-betaalde toesteltermijnen en resterende termijnen van het toestelkrediet. Omdat de voorwaarden van het toestelkrediet niet zijn overgelegd, kan de rechter niet vaststellen dat sprake is van een zacht krediet. Daarom wordt de zaak aangehouden om de eisende partij in de gelegenheid te stellen deze voorwaarden alsnog te overleggen.

Daarnaast wordt een schadevergoeding wegens ontbinding van de overeenkomst toegewezen, berekend conform de Ambtshalve Toetsing III. De gevorderde aanmaningskosten worden afgewezen wegens gebrek aan contractuele afspraken over buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter beveelt de eisende partij om uiterlijk 11 januari 2023 nadere toelichting te geven over het toestelkrediet, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Verstekvonnis met toewijzing van abonnementskosten en aanhouding voor nadere toelichting toestelkredietvoorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10025899 \ CV EXPL 22-4530
Uitspraakdatum: 14 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
T-Mobile Netherlands B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van
€ 487,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (resterende) hoofdsom vanaf 25 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De eisende partij stelt dat zij op 8 juni 2020 in een van haar winkels met de gedaagde partij een overeenkomst met betrekking tot data- en/of telecommunicatiediensten en een kredietovereenkomst voor de aanschaf van een Huawei B818 Wit heeft gesloten. De eisende partij heeft de overeenkomst wegens wanbetaling op 10 augustus 2021 ontbonden. De eisende partij vordert nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding wegens de ontbinding daarvan.
(Pre)contractuele informatieplichten ten aanzien van de abonnementskosten
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is binnen de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat aan voornoemde informatieplichten is voldaan.
2.5.
Dit betekent dat een bedrag van
€ 144,50aan abonnementstermijnen toewijsbaar is.
Openstaand bedrag toestelkredietovereenkomst
2.6.
Verder vordert de eisende partij betaling van
€ 24,39aan niet betaalde toesteltermijnen en
€ 59,38aan resterende termijnen van het toestelkrediet.
2.7.
De eisende partij stelt dat zij geen kosten en/of rente over de toestelprijs in rekening heeft gebracht, zodat sprake is van een zogenoemd zacht krediet. De eisende partij heeft de toestelkredietvoorwaarden echter niet overgelegd, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat sprake is van een zacht krediet. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de verdere behandeling van de zaak aan te houden om de eisende partij in de gelegenheid te stellen deze voorwaarden alsnog over te leggen.
Ontbindingsschade
2.8.
De eisende partij vordert op grond van artikel 6:277 lid 1 BW Pro een bedrag van
€ 204,45aan (schade)vergoeding voor de resterende abonnementstermijnen wegens de voortijdige ontbinding van de overeenkomst. De eisende partij stelt dat zij het schadebedrag heeft berekend door de na ontbinding resterende loopduur van de overeenkomst (in maanden) te vermenigvuldigen met 50% van de maandprijs van de goedkoopste bundel die de gedaagde partij had kunnen kiezen. Dit is in lijn met rapport Ambtshalve Toetsing III, zodat ook dit bedrag toewijsbaar is.
2.9.
De in de factuur van 15 juni 2021 gevorderde aanmaningskosten zullen worden afgewezen, omdat deze geacht worden te zijn begrepen onder de buitengerechtelijke incassokosten. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat partijen een contractuele regeling betreffende buitengerechtelijke incassokosten zijn overeengekomen.
Conclusie
2.10.
Indien aan de hierboven onder 2.7. bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
beveelt de eisende partij de stellingen in de dagvaarding ten aanzien van de toestelkredietovereenkomst nader toe te lichten door bij akte te nemen op de rol van
11 januari 2023de inlichtingen te verstrekken zoals overwogen in 2.7.;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter