Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Inleiding
14 april 2016 is de piketdienst van het CHTS benaderd door de eigenaar van een [pakketpunt] in Wijk aan Zee. Hij deelde mee dat er die dag 4 (vier) postpakketten waren ingeleverd door dezelfde persoon die ook op 8 april 2016 pakketten had aangeboden, die onderschept waren en drugs bleken te bevatten. Deze persoon zou vervolgens als bijrijder in een Volkswagen Caddy zijn gestapt met het kenteken [kenteken] (hierna: de Caddy).
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
5.Beoordeling van het bewijs
6.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de sanctie
De heer [verdachte] is een jongvolwassene die jong aandoet voor zijn leeftijd. We hebben gebruik gemaakt van het ASR wegingskader. We zien voldoende indicaties om betrokkene in aanmerking te laten komen voor het jeugdstrafrecht. Zoals hierboven beschreven handelt betrokkene impulsief, schat risico’s van zijn eigen handelen slecht in, laat zich gemakkelijk beïnvloeden door vrienden/kennissen en hij functioneert vermoedelijk op een beperkt niveau.”.
Gelet hierop zal de rechtbank tevens de vordering van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis afwijzen.
9.Verbeurdverklaring
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- artikelen 33, 33a, 47, 63, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
11.Beslissing
360 [driehonderdenzestig] dagen. Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 202 [tweehonderdtwee] dagen
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 [twee] jaren.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
120 [honderdtwintig] urenwerkstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 [zestig] dagen jeugddetentie.