ECLI:NL:RBNHO:2022:12030
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; toekenning billijke vergoeding en schadevergoedingen
Werknemer trad op 11 januari 2022 in dienst bij werkgever voor bepaalde tijd, met verlenging tot 30 juni 2023. Op 16 augustus 2022 werd werknemer op staande voet ontslagen tijdens een training, zonder duidelijke en onmiddellijke mededeling van de dringende reden. Werkgever stelde dat werknemer onprofessioneel gedrag vertoonde en een instructie weigerde, maar onderbouwde dit niet met bewijs.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet rechtsgeldig is omdat niet voldaan is aan de mededelingseis van artikel 7:677 lid 1 BW Pro en de dringende reden niet is komen vast te staan. Ook ontbrak hoor en wederhoor en was het ontslag een uiterst redmiddel dat niet proportioneel was.
Werknemer verzocht om een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding en betaling van achterstallig salaris. De rechtbank kende deze vergoedingen toe, waarbij de billijke vergoeding werd vastgesteld op €8.760 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Daarnaast werden de overige vergoedingen en wettelijke rente toegewezen. Proceskosten werden aan werkgever opgelegd.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig verklaard en diverse vergoedingen en achterstallig salaris zijn aan werknemer toegekend.