Uitspraak
wonende op Aruba,
gevestigd in Oranjestad, Aruba,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 november 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een werknemer die sinds 1992 in dienst was bij Hyatt Aruba en op 27 oktober 2010 op staande voet werd ontslagen wegens agressief gedrag jegens een vrouwelijke collega tijdens een incident in het hotel. De ontslagbrief vermeldde dat hij haar had geduwd en geschopt, wat volgens getuigen werd bevestigd.
De werknemer betwistte de dringende reden en vorderde nietigverklaring van het ontslag en loondoorbetaling. De rechtbank wees zijn vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat er een dringende reden was voor ontslag, mede gelet op de bijzondere aandacht voor gedrag in de Arubaanse hotelbranche.
De Hoge Raad stelde vast dat de feiten die het hof vaststelde niet overeenkomen met de ontslaggrond zoals vermeld in de ontslagbrief, en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ontslag toch rechtsgeldig zou zijn. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukte dat de ontslagmededeling de ontslaggrond fixeert en dat de werkgever deze grond moet stellen en bewijzen. Indien slechts een deel van de ontslaggrond vaststaat, moet dit deel op zichzelf een dringende reden zijn en voor de werknemer duidelijk zijn dat het ontslag ook daarop gebaseerd zou zijn geweest.
De kosten van het cassatiegeding werden aan Hyatt opgelegd. De uitspraak onderstreept het belang van een nauwkeurige en consistente ontslaggrond bij ontslag op staande voet, vooral in het arbeidsrecht van Aruba.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling wegens onvoldoende motivering van de ontslaggrond bij ontslag op staande voet.