ECLI:NL:RBNHO:2022:12127
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke terugvordering WIA-toeslag wegens schending inlichtingenplicht met dringende redenen
Eiser ontving onterecht een toeslag op zijn WIA-uitkering over de periode van 22 maart 2017 tot en met 31 januari 2020 ter hoogte van €16.674,49, omdat hij de inlichtingenplicht had geschonden. Verweerder vorderde terugbetaling, maar eiser voerde aan dat terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft.
De rechtbank bevestigde dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat terugvordering in beginsel verplicht is, tenzij dringende redenen zich verzetten tegen terugvordering. Gezien het feit dat eiser voorafgaand aan het besluit drie jaar in een schuldsanering zat en daardoor al langdurig op het bestaansminimum leefde, achtte de rechtbank de gevolgen van volledige terugvordering sociaal en financieel onaanvaardbaar.
De rechtbank matigde daarom het terug te vorderen bedrag tot het reeds afgeloste bedrag, minimaal €1.550,-, en wees de proceskostenvergoeding van €1.518,- toe aan eiser. Tevens werd het primaire besluit herroepen en het bestreden besluit vernietigd voor zover het bedrag hoger was dan het afgeloste bedrag.
Uitkomst: De rechtbank matigt de terugvordering tot het reeds afgeloste bedrag wegens dringende sociale en financiële redenen.