ECLI:NL:CRVB:2022:83
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kwijtschelding openstaande vorderingen UWV wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om slechts een deel van de openstaande vorderingen op grond van de Werkloosheidswet en Toeslagenwet kwijt te schelden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV bevoegd was om af te zien van verdere kwijtschelding, mede omdat niet was voldaan aan de voorwaarden in de beleidsregel van het UWV en de wettelijke bepalingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren die kwijtschelding rechtvaardigen, waaronder financiële onaanvaardbaarheid en psychische klachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze argumenten niet nieuw waren en reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen dat het UWV terecht geen kwijtschelding verleende en dat de bescherming via de beslagvrije voet voldoende is.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet tot volledige kwijtschelding over te gaan wordt bevestigd.