Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 december 2022 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Procesverloop
Feiten
-2.572.231
5.508.072
3.696.031
4.751.053
757.018
37.85”
-2.572.231
5.508.072
3.691.652
4.751.950
756.122
718.316”
Geschil
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.455;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 545;
- veroordeelt verweerder en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiser, ieder tot een bedrag van € 379,50, en
- draagt verweerder en de staat (de minister van Justitie en Veiligheid) op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 24.