Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift, met vier bijlagen, ontvangen op de rechtbank (locatie Alkmaar) op 5 januari 2022, welk verzoekschrift vervolgens intern is doorgestuurd naar de locatie Haarlem (aldaar ontvangen op 7 januari 2022),
- het e-mailbericht van de griffier aan mr. Vermeij van 10 januari 2022,
- de brief van mr. Vermeij aan de rechtbank van 27 januari 2022,
- de oproeping bij brief van 2 februari 2022 voor een mondelinge behandeling op
- de e-mail van mr. Vermeij van [adres] februari 2022, waarin hij meedeelt dat het de voorkeur heeft van verzoekster dat de rechtbank afziet van een mondelinge behandeling en op basis van de toegestuurde informatie tot een oordeel komt.
2.Het verzoek
- verzoekster de weduwe is van de heer [betrokkene 1], die enig aandeelhouder en enig bestuurder was van [betrokkene 1] Holding en is overleden te [plaats 2] op [datum];
- verzoekster na het overlijden van [betrokkene 1] enig aandeelhouder en enig bestuurder is geworden van [betrokkene 1] Holding;
- op 21 februari 2017 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat [betrokkene 1] Holding is opgehouden te bestaan omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren met ingang van 17 februari 2017;
- het ontbindingsbesluit is genomen zonder daarbij acht te slaan op een persoonlijke lening van [betrokkene 1] Holding aan de heer [betrokkene 2] (de vader van [betrokkene 1]);
- het bestaan van deze bate blijkt uit een e-mailbericht van [betrokkene 2] aan verzoekster van 2 juni 2015 met de volgende inhoud:
- uit een e-mailbericht van [betrokkene 2] van 8 augustus 2017 blijkt dat bedoelde bungalow is verkocht en dat de levering begin oktober 2017 zou plaatsvinden, zodat de persoonlijke lening opeisbaar is geworden;
- [betrokkene 2] de persoonlijke lening nog niet heeft afgelost en dat [betrokkene 1] Holding daarom nog een vordering heeft op [betrokkene 2];
- de vereffening daarom moet worden heropend om de bate alsnog te gelde te maken.