Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid van eiser wegens het niet voldoen van huurpenningen door vennootschappen die hij bestuurde en die via een turbo-liquidatie werden ontbonden terwijl zij nog over baten beschikten.
De huurovereenkomst liep tot 1 maart 2023, maar de vennootschappen betaalden vanaf januari 2020 slechts een deel van de huur. Eiser leverde de sleutels in in november 2021, maar de kantonrechter oordeelt dat dit niet tot beëindiging van de huurovereenkomst leidde. De huurachterstand bedroeg € 131.028,36 minus een waarborgsom van € 8.330,00.
De kantonrechter stelt vast dat eiser de vennootschappen ontbond via turbo-liquidatie terwijl er nog baten waren, zonder dit aan verhuurder te melden, en dat hij betalingstoezeggingen deed terwijl de vennootschappen al ontbonden waren. Dit leidt tot een persoonlijk ernstig verwijt en bestuurdersaansprakelijkheid. De contractuele boete wordt gematigd tot 9 november 2021. De buitengerechtelijke kosten en beslagkosten worden toegewezen met een correctie op de beslagkosten.
De vorderingen van eiser tot opheffing van het beslag worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de huurpenningen, boete, kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt persoonlijk aansprakelijk gehouden voor betaling van huurachterstand en boete tot sleuteloverdracht, met gedeeltelijke toewijzing van verzet en afwijzing van reconventionele vorderingen.