ECLI:NL:RBNHO:2022:2977
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kredietverstrekker wegens vernietiging kredietovereenkomst wegens oneerlijke handelspraktijk
De zaak betreft een vordering van Kedin Consumenten Financieringen B.V. tegen een consument die niet is verschenen. De rechtbank heeft ambtshalve de kredietovereenkomst getoetst aan de toepasselijkheid van titel 7:2A BW en de informatieverplichtingen van de kredietverstrekker. De kredietverstrekker stelde dat titel 7:2A niet van toepassing was en dat zij geen rente of kosten in rekening bracht, maar de rechtbank constateerde dat de overeenkomst wel bedongen rente en kosten bevatte.
De rechtbank oordeelde dat de consument niet op duidelijke en begrijpelijke wijze was geïnformeerd over de kosten van het krediet, ondanks dat zij wel was geïnformeerd over de afbetalingstermijn en het herroepingsrecht. De verstrekte informatie was onjuist en strookte niet met de algemene voorwaarden, wat een oneerlijke handelspraktijk oplevert volgens artikel 6:193j lid 3 BW.
De kredietwaardigheidstoets werd besproken, maar de rechtbank gaf hier geen oordeel over vanwege lopende prejudiciële vragen bij de Hoge Raad. Uiteindelijk vernietigde de rechtbank de kredietovereenkomst vanwege de oneerlijke handelspraktijk en wees de vordering van de kredietverstrekker af. De proceskosten werden aan de kredietverstrekker opgelegd, maar de hoogte werd vastgesteld op nihil.
Uitkomst: De vordering van de kredietverstrekker wordt afgewezen en de kredietovereenkomst vernietigd wegens een oneerlijke handelspraktijk.