Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[passagier sub 1]
[passagier sub 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
griffierecht € 83,00
salaris gemachtigde € 622,00
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers vorderden compensatie en restitutie van de reissom na annulering van hun vluchten van Amsterdam naar Addis Abeba en terug, geboekt via Gate1.nl bij Deutsche Lufthansa. De vervoerder betaalde de reissom terug aan de reisbemiddelaar, maar niet volledig aan de passagiers. Daarnaast stelde de vervoerder dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden door COVID-19 maatregelen.
De kantonrechter oordeelde dat de passagiers ook namens hun minderjarige kinderen mochten optreden, ondanks dat dit niet expliciet in de dagvaarding stond vermeld, mede vanwege de deformaliseringstendens in de rechtspraak. De vervoerder moest het restant van de reissom rechtstreeks aan de passagiers betalen, omdat hij het risico droeg door betaling aan de reisbemiddelaar.
Ten aanzien van de compensatieplicht oordeelde de kantonrechter dat de vervoerder onvoldoende had aangetoond dat de vlucht niet kon worden uitgevoerd vanwege COVID-19 maatregelen, zoals grenssluitingen of inreisverboden. Het beroep op buitengewone omstandigheden werd daarom verworpen en de gevorderde compensatie werd toegewezen.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 5.455,00 en de proceskosten. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van compensatie en het restant van de reissom aan de passagiers.