ECLI:NL:RBNHO:2022:3955
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wachttijd en hersteldverklaring bij Wet WIA-uitkering afgewezen
Eiseres was werkzaam als verkoopmanager en meldde zich ziek met zwangerschapsklachten, waarna zij een uitkering ontving op grond van de Ziektewet. Na een hersteldverklaring per 6 februari 2012 stelde verweerder dat eiseres de wachttijd van 104 weken voor een WIA-uitkering niet had volbracht. Eiseres verzocht meerdere malen om herbeoordeling, maar dit werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van de wachttijd een zelfstandige, zorgvuldige beoordeling vereist op basis van medische en andere gegevens. De primaire arts had dossieronderzoek verricht en geconcludeerd dat de wachttijd niet was vervuld, een oordeel dat door een verzekeringsarts was bevestigd. Eiseres voerde aan dat het onderzoek niet door een geregistreerd verzekeringsarts was verricht en dat zij onterecht niet was gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat zij voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten toe te lichten.
De rechtbank stelde vast dat de klachten die later werden toegeschreven aan MS, niet met zekerheid konden worden teruggevoerd op de periode van de hersteldverklaring en dat het onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard omdat de wachttijd niet is vervuld en het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.