Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
2. [eiser 2]
[eiser 3]
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde op basis van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter benadrukt dat bij dergelijke overeenkomsten de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW ambtshalve moeten worden getoetst, ook zonder verweer.
Eiser heeft echter nagelaten te stellen en te onderbouwen dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Dit is een essentieel vereiste voor de ontvankelijkheid van de vordering. Daarnaast voldoet de dagvaarding niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro, omdat de eis en de gronden daarvan niet volledig en naar waarheid zijn aangevoerd.
Gelet hierop en op het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt eiser niet meer in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die voor gedaagde nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens niet-nakoming van de precontractuele informatieplichten en onvoldoende onderbouwing.