ECLI:NL:RBNHO:2022:5458
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde twee-onder-een-kapwoning met vergelijkingsproblemen
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn twee-onder-een-kapwoning uit 2010, met een inhoud van circa 614 m³ en perceel van 339 m², per 1 januari 2019. Eiser vindt de waarde te hoog en stelt €607.000 voor, terwijl verweerder €652.000 handhaaft op basis van een matrix met zes vergelijkbare woningen.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijking met vrijstaande woningen niet geschikt is vanwege verschillen in bouwjaar, stijl en perceelgrootte. De drie twee-onder-een-kapwoningen zijn wel vergelijkbaar, ondanks transactiedata die ver van de waardepeildatum liggen. Het directe buurpand wordt als beste maatstaf gezien, ondanks verschillen in indeling en luxe voorzieningen.
Eiser wijst op inconsistenties in waardestijgingen en vergelijkt WOZ-waarden van andere woningen, maar de rechtbank benadrukt dat waardering op marktgegevens moet zijn gebaseerd en niet op indexering of vergelijkingen met andere WOZ-waarden. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
Hoewel verweerder niet alle vergelijkingsobjecten heeft toegelicht en communicatie tekort is geschoten, leidt dit niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen gelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van € 652.000.