Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
de heffingsambtenaar van Cocensus, de ambtenaar.
Procesverloop
Overwegingen
Wat betreft de ligplaatsvergunning, vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat een potentiële koper daar onzeker over zou zijn. De gemeente verklaart namelijk – en de rechtbank gelooft dat – dat dergelijke vergunningen beleidsmatig nog steeds verleend worden en ook verleend zijn voor verkochte boten in de Waarderhaven. De opzegging van belanghebbendes vergunning was een fout van de gemeente en is dan ook rechtgezet. Dit heeft haar misschien onzeker gemaakt, maar een objectieve grond voor onzekerheid ziet de rechtbank hierin dus niet. De rechtbank is van oordeel dat als er al onzekerheden zouden zijn, daarmee genoeg rekening is gehouden, omdat die dan ook een rol hebben gespeeld bij de verkoop van de woonboten waarmee die van belanghebbende vergeleken wordt.
Wat de tuin betreft heeft verweerder naar de luchtfoto’s verwezen en heeft verklaard dat de perceelgrens ongewijzigd is. Op de foto’s is een omlijning getekend, maar dat is geen officiële kadastergrens. Op een foto met een door een ambtenaar getekende lijn valt natuurlijk niet te zien hoe de perceelgrens loopt en of deze daadwerkelijk ongewijzigd is, maar wel valt te zien dat de indeling van de tuin over de jaren heen er ongeveer gelijk uit ziet en dat het een doorlopende ruimte is (dus zonder dat er een hek geplaatst is). Dit vormt voldoende steun voor de stelling dat er niets gewijzigd is en ook hierover geen onzekerheid te verwachten valt. De omgevingsfactoren voor belanghebbendes woonboot zijn dus niet slechter dan bij de vergelijkingsobjecten.
€ 500 omdat de procedure te lang heeft geduurd.