ECLI:NL:RBNHO:2022:6107
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens gevaar voor openbare orde door recente veroordeling
Eiser, afkomstig uit Syrië en woonachtig in Nederland, verzocht op 3 september 2020 om naturalisatie. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat eiser korter dan vijf jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf, waardoor de rehabilitatietermijn nog niet is verstreken.
Eiser stelde dat zijn veroordeling het gevolg was van bijzondere omstandigheden, waaronder de moeilijke periode tijdens de zwangerschap van zijn vrouw, en dat hij ten onrechte was veroordeeld. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet als bijzonder kunnen worden aangemerkt, omdat zij reeds door de strafrechter zijn meegewogen en dat het niet aan de bestuursrechter is om het strafvonnis te herzien.
Verder voerde eiser aan dat de Staatssecretaris ten onrechte geen Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling had verricht, verwijzend naar het arrest Rottmann. De rechtbank volgde dit niet, omdat naturalisatie een exclusief nationale aangelegenheid betreft en het Unierecht in deze context niet van toepassing is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om naturalisatie definitief af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.