ECLI:NL:RVS:2018:2289
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens twijfel aan identiteit en bewijsnood
De staatssecretaris wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af omdat hij zijn identiteit en nationaliteit niet overtuigend kon aantonen. Er waren drie verschillende geboorteaktes met uiteenlopende gegevens, waarvan één vals was. Daarnaast waren er aanwijzingen van fraude door adoptieouders, waardoor twijfel ontstond over de identiteit van appellant.
Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeerde en dat het disproportioneel was om van hem te eisen zijn identiteit aan te tonen, mede vanwege de fraude door zijn adoptieouders en de moeilijkheid om in Pakistan vaderschap vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij alle mogelijke stappen had ondernomen om de gevraagde documenten te verkrijgen, zoals een DNA-test of contact met Pakistaanse autoriteiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en wees het beroep van appellant af. Ook werd niet ingegaan op zijn betoog over disproportionaliteit en het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, omdat de procedure niet over intrekking van het Nederlanderschap ging maar over de afwijzing van een naturalisatieverzoek. De Afdeling benadrukte dat appellant niet had aangetoond dat hij in bewijsnood verkeerde en dat hij niet had voldaan aan de vereisten om zijn identiteit eenduidig vast te stellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd.