Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Castricum, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [adres 1] , vrijstaande woning uit 1977 met 764 m3 wooninhoud op een kavel van 741 m2, verkocht op 6 februari 2018 voor € 790.000;
- [adres 2] , vrijstaande woning uit 1976 met 750 m3 wooninhoud op een kavel van 896 m2, verkocht op 2 oktober 2018 voor € 825.000 en na aankoop verbouwd;
- [adres 3] , vrijstaande woning uit 1976 met 925 m3 wooninhoud op een kavel van 897 m2, verkocht op 22 juni 2018 voor € 875.000 en na aankoop verbouwd, en
- [adres 4] , vrijstaande woning uit 1977 met 119 m2 woonoppervlak op een kavel van 742 m2, verkocht op 25 april 2018 voor €527.500.
“ALGEMEEN
A. OPDRACHT/OPNAME
B. OBJECT
C. DOEL VAN DE TAXATIE
D. WAARDERING
€ 616.000
E. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN
F. WAARDEBEGRIPPEN EN OVERIGE BEGRIPPEN
G. JURISPRUDENTIE
H. FOTO PRESENTATIE
J. STAAT WAARIN HET OBJECT VERKEERT
K. ONDERBOUWING VAN DE WAARDE
L. ONDERTEKENING
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover verweerder daarin het verzoek van eiser tot vergoeding van deskundigenkosten heeft afgewezen;
- veroordeelt verweerder tot een vergoeding van deskundigenkosten van eiser in verband met de behandeling van het bezwaar tot een bedrag van € 128,26;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 100;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 400;
- gelast verweerder en de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 24, en
- veroordeelt verweerder en de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van eiser, ieder tot een bedrag van € 759.