ECLI:NL:RBNHO:2022:762
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting pand wegens handelshoeveelheid cocaïne op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Zaanstad sloot het pand van eiser voor twaalf maanden vanwege de vondst van een handelshoeveelheid cocaïne tijdens een controle op 21 april 2020. Na bezwaar werd de sluitingsduur verkort tot zes maanden. Eiser stelde dat hij geen verwijt treft en dat de sluiting onzorgvuldig tot stand kwam, onder meer omdat verweerder zich baseerde op politie-informatie en eiser geen zienswijze kon geven vooraf.
De rechtbank oordeelde dat de politie en gemeentelijke rapportages betrouwbaar waren en dat de onmiddellijke sluiting gerechtvaardigd was gezien de hoeveelheid drugs en de rol van het pand in het drugscircuit. Het ontbreken van verwijtbaarheid aan de kant van eiser en de door hem geleden schade vormden geen bijzondere omstandigheden die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
Ook werd geoordeeld dat de bezwaarprocedure niet onredelijk was vertraagd en dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank concludeerde dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het pand wegens handelshoeveelheid cocaïne wordt ongegrond verklaard en de sluiting voor zes maanden blijft in stand.