Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
- de moeder bijgestaan door mr. J.J.C. Engels (waarnemend voor mr. Post);
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzocht de rechtbank om het perspectiefbesluit van de GI, waarin werd bepaald dat de minderjarige in een neutraal pleeggezin zal opgroeien, te heroverwegen. Zij stelde dat dit besluit te vroeg en zonder voldoende onderzoek was genomen en dat haar bezwaren binnen een redelijke termijn aan de rechtbank konden worden voorgelegd op grond van artikel 1:262b BW.
De GI voerde verweer en stelde dat de moeder onvoldoende vorderingen had gemaakt en dat uitgebreid onderzoek was gedaan naar de thuissituatie. Ook wees de GI op risico's bij een netwerkplaatsing bij oma en stiefopa. De rechtbank overwoog dat een geschil over een perspectiefbesluit weliswaar aan de kinderrechter kan worden voorgelegd, maar dat dit binnen een redelijke termijn van drie maanden moet gebeuren.
In deze zaak had de moeder het verzoek meer dan zes maanden na het perspectiefbesluit ingediend, zonder dat sprake was van verschoonbare omstandigheden. De rechtbank oordeelde daarom dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 5 september 2022.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het aanvechten van het perspectiefbesluit.