ECLI:NL:RBNHO:2022:9360
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-naleving inspanningsverplichting officier van justitie bij voortzetting crisismaatregel
Verzoeker heeft een schadevergoedingsverzoek ingediend op grond van artikel 10:12 Wvggz Pro tegen de officier van justitie wegens het niet onverwijld uitvoeren van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel. Verzoeker werd op 25 december 2021 opgenomen in een GGZ-instelling en later aangehouden na een ernstig incident binnen die instelling. De officier van justitie koos ervoor het strafrechtelijk traject te volgen en verzocht bewaring, waarna verzoeker in een penitentiaire inrichting werd geplaatst.
Verzoeker stelde dat hem daardoor noodzakelijke zorg werd onthouden, terwijl deze ook in de penitentiaire inrichting had kunnen worden gegeven. De officier van justitie betoogde dat de machtiging geen absoluut recht op zorg geeft en dat de strafrechtelijke titel voorrang heeft boven de civielrechtelijke machtiging, conform jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie aan zijn inspanningsverplichting had voldaan, mede omdat zorgverleners de uitvoering van de crisismaatregel niet veilig achtten. Ook is vastgesteld dat verzoeker in de penitentiaire inrichting de noodzakelijke zorg ontving. De rechtbank volgde de lijn dat het strafrechtelijk traject in dit geval prevaleert en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de officier van justitie niet tekort is geschoten in zijn inspanningsverplichting.