ECLI:NL:HR:2004:AO3233
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis bij samenloop civielrechtelijke en strafrechtelijke machtiging
In deze zaak stond centraal of een strafrechter een last tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis kan geven indien de verdachte reeds op grond van een civielrechtelijke machtiging ingevolge de Wet BOPZ is opgenomen. Het hof had de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid, maar wel geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar. Tevens legde het hof een schadevergoedingsmaatregel op.
De verdediging voerde aan dat een strafrechtelijke plaatsing achterwege moet blijven indien reeds een civielrechtelijke plaatsing van kracht is. De Hoge Raad bevestigde dat bij het onherroepelijk worden van een strafrechtelijke last tot plaatsing de civielrechtelijke machtiging eindigt, zodat de strafrechtelijke plaatsing voorrang krijgt. Dit voorkomt onzekerheid over de geldigheid van de vrijheidsbeneming.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat een schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr niet kan worden opgelegd indien de verdachte van alle rechtsvervolging is ontslagen, ook al kan een civiele vordering van de benadeelde partij wel ontvankelijk zijn. De bestreden uitspraak werd vernietigd voor zover de schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd, maar het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De strafrechtelijke plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis krijgt voorrang op de civielrechtelijke machtiging en de schadevergoedingsmaatregel is niet mogelijk bij ontslag van alle rechtsvervolging.