Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
Consumentenkredietovereenkomst
Rechtbank Noord-Holland
In deze bodemzaak heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij en de vordering van de eisende partij beoordeeld op basis van de contractuele relatie tussen een handelaar en een consument.
De eisende partij heeft nagelaten te stellen en te onderbouwen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten zoals opgenomen in Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek. Zo zijn geen schermafdrukken overgelegd die de bestelprocessen van de webwinkels onderbouwen, noch is toegelicht welke bestelknop de consument moet aanklikken om een betalingsverplichting aan te gaan.
Daarnaast ontbreekt een bevestiging die voldoet aan artikel 6:230v lid 7 BW, relevant voor consumentenkredietovereenkomsten. De kantonrechter wijst er bovendien op dat bij kredietverlening ook moet worden voldaan aan titel 7:2A BW of een uitzondering daarop moet worden gesteld en onderbouwd.
Omdat de eisende partij niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan haar opgelegd.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving en onderbouwing van de precontractuele informatieplichten.