ECLI:NL:RBNHO:2022:9544

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
9988331 \ CV EXPL 22-3317
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten door handelaar

De commanditaire vennootschap Energie Service Noord West C.V. vorderde betaling van de gedaagde partij op grond van twee overeenkomsten. De gedaagde partij was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter beoordeelde ambtshalve of aan de (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW was voldaan.

De eisende partij had onvoldoende gesteld en onderbouwd op welke wijze de overeenkomsten tot stand waren gekomen en hoe zij had voldaan aan haar informatieplichten. Er ontbrak een concrete toelichting per overeenkomst en een bestelbevestiging conform artikel 6:230v lid 7 BW. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat essentiële informatie op duidelijke en begrijpelijke wijze was verstrekt.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moest de eis en de gronden daarvan volledig en waarheidsgetrouw worden aangevoerd, wat niet was gebeurd. Daarom wees de kantonrechter de vordering af en veroordeelde de eisende partij tot betaling van de proceskosten. De gedaagde partij werd tot op heden geen kosten opgelegd.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de naleving van de precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 9988331 \ CV EXPL 22-3317
Uitspraakdatum: 19 oktober 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de commanditaire vennootschap
Energie Service Noord West C.V.
gevestigd te Alkmaar
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder K.W.A. van der Meer
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats], gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
Artikel 6:230m lid 1 BW
2.3.
De eisende partij heeft nagelaten toe te lichten op welke wijze de twee overeenkomsten tot stand zijn gekomen waarvan zij nu betaling vordert en op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieplichten. De eisende partij heeft weliswaar gesteld dat de gedaagde partij telefonisch en via de website contact met haar heeft opgenomen, maar niet concreet en onderbouwd per overeenkomst toegelicht op welke wijze de overeenkomsten tot stand zijn gekomen en welke informatie daarbij op welke manier is verstrekt. Ten aanzien van de overeenkomst van 1 december 2021 is bovendien helemaal geen toelichting overgelegd. De kantonrechter kan daardoor niet vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt.
Artikel 6:230v lid 7 BW
2.4.
De eisende partij heeft tevens niet toegelicht op welke wijze heeft voldaan aan de contractuele verplichting van artikel 6:230v lid 7 BW. Een bestelbevestiging die aan de eisen van artikel 6:230v lid 7 BW voldoet, ontbreekt.
Wat is hiervan het gevolg?
2.5.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.6.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter