Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijf]
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij verstek is verleend aan de gedaagde partij. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW is voldaan, ook zonder verweer van de gedaagde.
De eisende partij heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Er is geen concrete toelichting gegeven over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de consument duidelijke en begrijpelijke informatie heeft ontvangen.
Verwijzingen naar de opdrachtbrief en algemene voorwaarden zijn niet nader toegelicht, waardoor deze producties de stellingen niet ondersteunen. De kantonrechter wijst erop dat het niet aan hem is om zelf informatie te zoeken in de stukken. Gezien het ontbreken van een volledige en naar waarheid aangevoerde eis wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan de eisende partij opgelegd.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de precontractuele informatieplichten.