ECLI:NL:RBNHO:2022:9680

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 november 2022
Publicatiedatum
1 november 2022
Zaaknummer
10138965
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBoek 6 titel 5 afdeling 2B BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten consument

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij verstek is verleend aan de gedaagde partij. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW is voldaan, ook zonder verweer van de gedaagde.

De eisende partij heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Er is geen concrete toelichting gegeven over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de consument duidelijke en begrijpelijke informatie heeft ontvangen.

Verwijzingen naar de opdrachtbrief en algemene voorwaarden zijn niet nader toegelicht, waardoor deze producties de stellingen niet ondersteunen. De kantonrechter wijst erop dat het niet aan hem is om zelf informatie te zoeken in de stukken. Gezien het ontbreken van een volledige en naar waarheid aangevoerde eis wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan de eisende partij opgelegd.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10138965 \ CV EXPL 22-6007
Uitspraakdatum: 2 november 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[betrokkene], handelend onder de naam
[bedrijf]
gevestigd te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: mr. [betrokkene]
tegen
[gedaagde 1]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten een concrete, op deze zaak toegespitste, toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie is gegeven over de (pre) contractuele informatieplichten.
2.3.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat zij ter onderbouwing van haar vordering bij de dagvaarding verwijst naar de opdrachtbrief van 12 april 2022 en de algemene voorwaarden zonder deze nader toe te lichten en te onderbouwen wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter