Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] (belanghebbende),
de heffingsambtenaar van de Cocensus (de ambtenaar).
Procesverloop
Overwegingen
.Ten aanzien van deze vergelijkingsobjecten heeft belanghebbende gesteld dat de in de matrix vermelde inhoudsmaten niet kloppen. Uit door hem overgelegde stamkaarten blijkt volgens belanghebbende immers dat de appartementen een grotere inhoud hebben dan uit de matrix blijkt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de ambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van belanghebbende tot een bedrag van € 250;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van immateriële schade van belanghebbende tot een bedrag van € 750;
- veroordeelt de ambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van belanghebbende, ieder tot een bedrag van € 379,50, en
- draagt de ambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid op het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 24.