ECLI:NL:RBNHO:2022:9785

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
10085623
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende naleving precontractuele informatieplicht consument

In deze bodemzaak heeft Volkswagen Pon Financial Services B.V. een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij, die niet is verschenen, waardoor verstek is verleend. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moest aantonen dat aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW was voldaan.

De kantonrechter constateert dat de eisende partij onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230l BW. Hoewel gesteld is dat de overeenkomst in een verkoopruimte bij een autodealer is gesloten, is niet toegelicht hoe het gesprek met de gedaagde is verlopen en welke informatie is verstrekt. Ook de overgelegde conceptovereenkomst is onvoldoende toegelicht, waardoor de rechter niet kan vaststellen dat de informatieplicht is nagekomen.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de eis en de gronden daarvan duidelijk worden vermeld en moeten de feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. De eisende partij heeft hier niet aan voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd, terwijl voor de gedaagde partij nihil wordt vastgesteld.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving en onderbouwing van de precontractuele informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10085623 CV EXPL 22-4245
Uitspraakdatum: 9 november 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Volkswagen Pon Financial Services B.V., als rechtsopvolger van
Volkswagen Leasing B.V.
gevestigd te Amersfoort
de eisende partij
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht van artikel 6:230l BW. De eisende partij heeft gesteld dat de overeenkomst in een verkoopruimte bij de autodealer, die als tussenpersoon bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gefungeerd, is gesloten. Zij licht echter niet toe hoe het gesprek tussen de tussenpersoon en de gedaagde partij is verlopen en welke informatie daarbij aan de gedaagde partij is verstrekt.
2.3.
De eisende partij stelt dat zij ruimschoots vóór het aangaan van de overeenkomst het concept contract, waarin alle precontractuele informatie als bedoeld artikel 6:230l BW is opgenomen, aan de gedaagde partij heeft verstrekt. Zij laat echter na om toe te lichten wat de kantonrechter uit het contract zou moeten afleiden en specifiek aan te geven waar in dit stuk de bedoelde informatie is opgenomen. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter