ECLI:NL:RBNHO:2022:9786

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
10074796
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Boek 6 BW titel 5 afdeling 2BArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing precontractuele informatieplicht

Greenchoice B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een consument op grond van een overeenkomst tussen handelaar en consument. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt dat bij dergelijke overeenkomsten de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW strikt moeten worden nageleefd ter bescherming van de consument.

Greenchoice B.V. heeft gesteld dat zij aan deze informatieverplichtingen heeft voldaan, maar heeft nagelaten te specificeren waar en hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. Hierdoor is onduidelijk of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Tevens heeft zij verwezen naar contractbevestiging en algemene voorwaarden zonder deze inhoudelijk toe te lichten, waardoor de kantonrechter niet kan beoordelen welke relevante feiten daaruit blijken.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan duidelijk vermelden en moeten de voor de beslissing relevante feiten volledig en waarheidsgetrouw worden aangevoerd. Greenchoice B.V. heeft hier niet aan voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. Proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd. De eisende partij krijgt geen gelegenheid tot nadere toelichting wegens het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton.

Uitkomst: De vordering van Greenchoice B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de precontractuele informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10074796 \ CV EXPL 22-4150
Uitspraakdatum: 9 november 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Greenchoice B.V.
te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: R.A.M. Vismans
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij stelt dat zij heeft voldaan aan haar precontractuele en contractuele informatieverplichtingen. Zij heeft echter niet gesteld waar de overeenkomst is gesloten, zodat het voor de kantonrechter niet duidelijk is op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen en of de eisende partij heeft voldaan aan de in die situatie op haar rustende informatieverplichtingen.
2.3.
De kantonrechter wijst de eisende partij er verder nog op dat zij ter onderbouwing van haar vordering bij de dagvaarding verwijst naar de contractbevestiging, de productvoorwaarden en algemene voorwaarden zonder nader toe te lichten wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter