Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Greenchoice B.V.
Rechtbank Noord-Holland
Greenchoice B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een consument op grond van een overeenkomst tussen handelaar en consument. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt dat bij dergelijke overeenkomsten de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW strikt moeten worden nageleefd ter bescherming van de consument.
Greenchoice B.V. heeft gesteld dat zij aan deze informatieverplichtingen heeft voldaan, maar heeft nagelaten te specificeren waar en hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. Hierdoor is onduidelijk of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Tevens heeft zij verwezen naar contractbevestiging en algemene voorwaarden zonder deze inhoudelijk toe te lichten, waardoor de kantonrechter niet kan beoordelen welke relevante feiten daaruit blijken.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan duidelijk vermelden en moeten de voor de beslissing relevante feiten volledig en waarheidsgetrouw worden aangevoerd. Greenchoice B.V. heeft hier niet aan voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. Proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd. De eisende partij krijgt geen gelegenheid tot nadere toelichting wegens het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton.
Uitkomst: De vordering van Greenchoice B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de precontractuele informatieplicht.