ECLI:NL:RBNHO:2022:9910

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
10043719 \ CV EXPL 22-3770
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering afgewezen wegens niet voldoen aan bestelknopvereiste bij overeenkomst op afstand

De zaak betreft een vordering van Capaccs Invest 2 B.V. tegen een consument, waarbij verstek is verleend aan de gedaagde. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand, waarbij de handelaar moet voldoen aan de informatieplichten uit de artikelen 6:230m en 6:230v BW.

De kantonrechter toetst ambtshalve of aan deze wettelijke verplichtingen is voldaan, ook zonder verweer van de gedaagde. In het bijzonder is van belang artikel 6:230v lid 3 BW, dat voorschrijft dat de bestelknop duidelijk moet maken dat de consument een betalingsverplichting aangaat.

Uit de stukken blijkt dat de gebruikte bestelknop niet duidelijk vermeldde dat het aanklikken een betalingsverplichting inhield. Dit betekent dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is voor zover het de betalingsverplichting betreft. De vordering wordt daarom afgewezen en de eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de bestelknopvereiste, waardoor de betalingsverplichting vernietigbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10043719 \ CV EXPL 22-3770
Uitspraakdatum: 26 oktober 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Capaccs Invest 2 B.V.
gevestigd te Eindhoven
de eisende partij
gemachtigde: Active Collecting Control & Services B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
Artikel 6:230v lid 3 BW is toegesneden op overeenkomsten die op elektronische wijze worden gesloten, zoals de onderhavige overeenkomst. In dit artikellid is als bijzondere verplichting bepaald dat de handelaar het elektronische bestelproces zo moet inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt.
2.3.
Om te beoordelen of de handelaar aan deze verplichting heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden
opde bestelknop waarmee de consument het bestelproces afrondt. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269).
2.4.
Uit de toelichting en stukken blijkt dat op de bestelknop die de eisende partij hanteert, de woorden “
bestelling afronden” staan. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. De eisende partij heeft nog gesteld dat de bestelknop is gepositioneerd na het kiezen van de te gebruiken betaalmethode en na accordering van de algemene voorwaarden, maar dit maakt het oordeel niet anders. Er mag immers geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Als gevolg daarvan is de overeenkomst vernietigbaar.
2.5.
De overeenkomst wordt vernietigd voor wat betreft de betalingsverplichting van de gedaagde partij. Immers, op grond van artikel 8 lid 2 van Pro de Richtlijn consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU) is (alleen) de consument niet gebonden aan de overeenkomst of bestelling als de bestelknop niet volstaat. De gedaagde partij is de gevorderde hoofdsom daarom niet verschuldigd. De eisende partij zal niet meer in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op deze gedeeltelijke vernietiging. Het gebrek aan de bestelknop kan namelijk niet worden gerepareerd en de kantonrechter ziet geen ruimte voor een andere sanctie. Aan ambtshalve toetsing van de overige (pre)contractuele informatieplichten komt de kantonrechter niet toe.
2.6.
De vordering wordt afgewezen, waarbij overigens wordt opgemerkt dat de eisende partij haar verplichtingen uit de overeenkomst nog wel moet nakomen.
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter