ECLI:NL:RBNHO:2022:9919

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 november 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
10125840 \ CV EXPL 22-4655
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 4:20 WftAfdeling 6.5.2b BWParagrafen 8.1.1, 8.1.4, 8.1.6 en 8.1.7 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling ANWB-lidmaatschap en Wegenwacht Service

De zaak betreft een bodemprocedure waarin ANWB B.V. betaling vordert van €143,50, bestaande uit een hoofdsom van €103,50 en €40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De vordering is gebaseerd op een ANWB-lidmaatschap met Wegenwacht Service.

De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een verzekeringsovereenkomst, waarbij de Wegenwacht Service onderdeel is van de verzekering en een ANWB-lidmaatschap vereist is. De rechtbank toetst ambtshalve of de eisende partij heeft voldaan aan haar informatieplichten volgens relevante bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het financieel toezicht en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen.

De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de eisende partij aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan. Gezien de huidige stand van zaken ziet de rechtbank geen reden om hiervan af te wijken. De vordering tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente wordt daarom toegewezen. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die zijn vastgesteld op een totaal van €272,22.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter I. de Greef en uitgesproken in het openbaar. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €143,50 plus wettelijke rente en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10125840 \ CV EXPL 22-4655
Uitspraakdatum: 2 november 2022
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap
ANWB B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders A. Niekus en mr. E. Krom
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats], gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert betaling van een bedrag van € 143,50 (€ 103,50 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten , te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten, in verband met een ANWB-lidmaatschap met Wegenwacht Service.
2.2.
Zoals de kantonrechter in een eerder vonnis in een andere zaak (ECLI:NL:RBNHO:2021:3317, te vinden op rechtspraak.nl) heeft overwogen, moet de overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd worden als een verzekeringsovereenkomst. De Wegenwacht Service betreft een verzekering en om deze verzekering te kunnen afsluiten is een ANWB-lidmaatschap vereist. Op een dergelijke overeenkomst zijn de informatieplichten van toepassing zoals bedoeld in paragrafen 1 en 6 van afdeling 6.5.2b van het Burgerlijk Wetboek, artikel 4:20 van Pro de Wet op het financieel toezicht en de paragrafen 8.1.1, 8.1.4, 8.1.6 en 8.1.7 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
2.3.
In voornoemde eerdere zaak heeft de kantonrechter geoordeeld dat de eisende partij heeft voldaan aan haar informatieplichten. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken.
2.4.
De vordering komt de kantonrechter voor wat betreft de hoofdsom niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde hoofdsom van € 103,50 wordt dan ook toegewezen.
2.5.
Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.6.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 143,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 103,50 vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter