Eisers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen de warmtepomp van derde-partij vanwege geluidsoverlast. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam, wees dit verzoek af. Eisers stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het moment van aanbrengen van de warmtepomp bepalend is voor de toepasselijkheid van de nieuwe geluidsnorm uit artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012, die geldt vanaf 1 april 2021. Omdat de warmtepomp van derde-partij al vóór deze datum was geplaatst, is de norm niet van toepassing.
Verder constateerde de rechtbank dat er geen andere relevante geluidsnormen zijn die overschreden worden en dat de gemeente niet bevoegd is om op te treden. De ervaren overlast betreft een burenconflict dat civielrechtelijk opgelost moet worden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.