Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[minderjarige 1],
1.[gedaagde] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 juni 2023 waarin een mondelinge behandeling is gelast, en de daarin genoemde stukken;
- de door [gedaagde] in het geding gebrachte producties 1 tot en met 6;
- de door [school 1] in het geding gebrachte producties 1 en 2;
- de mondelinge behandeling van 7 september 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
2.De feiten
De klachten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
geen aanknopingspunten[heeft]
om aan te nemen dat de straffen inderdaad hebben plaatsgevonden” en worden bovendien de “
plausibele verklaringen (…) voor enkele van de genoemde ‘straffen’” besproken. De onderzoeker komt in het rapport daarom tot de volgende conclusie: “
Op grond van het bovenstaande acht de onderzoeker het niet plausibel dat de leerkracht buiten haar boekje zou zijn gegaan door het opleggen van genoemde ‘straffen’.”