Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
NS Reizigers B.V.
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele zaak vordert NS Reizigers B.V. een bedrag van €40,- aan buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde. De kern van het geschil betreft de ontvangst van een veertiendagenbrief die als aanmaning geldt. De eisende partij stelt dat de brief uiterlijk op 16 december 2021 is aangekomen, waardoor de gedaagde tot 30 december 2021 kon betalen zonder incassokosten. De gedaagde betwist dit en verklaart de brief pas op 4 januari 2022 te hebben ontvangen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 3:37 lid 3 BW Pro een verklaring pas werking heeft als deze de geadresseerde heeft bereikt. De eisende partij draagt de stelplicht en bewijslast om te bewijzen dat de brief tijdig is ontvangen. Hoewel de eisende partij algemene postbezorgingsstatistieken en extra maatregelen van PostNL aanvoert, levert zij geen concreet bewijs dat de brief uiterlijk op 16 december 2021 is aangekomen.
Gezien de gemotiveerde betwisting door de gedaagde en het ontbreken van concreet bewijs door de eisende partij, komt de rechtbank tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de brief tijdig is ontvangen. Hierdoor is de vordering voor buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar. De reeds betaalde hoofdsom is voldaan en de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tijdige ontvangst van de aanmaningsbrief.