ECLI:NL:RBNHO:2023:3201
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen lagere proceskostenvergoeding bij stopzetting kinderopvangtoeslag door internationale situatie
Eiser en zijn echtgenote, beiden Spaans, ontvingen kinderopvangtoeslag voor hun kind dat naar een kinderdagverblijf ging. De echtgenote deed promotieonderzoek in Noord-Ierland, wat aanleiding gaf tot onderzoek door verweerder naar het recht op toeslag. Verweerder stelde dat vanwege het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU het recht op toeslag verviel en stopzette de uitkering, waarna een terugvordering volgde.
Eiser maakte bezwaar en kreeg op bezwaar deels gelijk, waarna hij een proceskostenvergoeding ontving op basis van het forfaitaire stelsel met wegingsfactor 1. Eiser vorderde een hogere vergoeding wegens de internationale complexiteit en de specialistische rechtsbijstand die nodig was. De rechtbank oordeelde dat de zaak niet bovengemiddeld ingewikkeld was en dat de behandeling tot de categorie gemiddeld gewicht behoorde.
De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen, mede omdat verweerder niet onzorgvuldig handelde en de primaire besluiten onrechtmatig waren herroepen. De uitgebreide juridische analyse van eiser was niet noodzakelijk voor de uitkomst. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegekende proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire vergoeding bevestigd.