Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijf]
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een vordering van €912,46 vermeerderd met rente en incassokosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eiser moet voldoen aan de (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6 BW. De kantonrechter ziet ambtshalve toe op naleving van deze plichten, ook zonder verweer.
Eiser heeft niet gesteld of onderbouwd dat hij aan deze informatieplichten heeft voldaan en heeft nagelaten toe te lichten hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. Hierdoor kan de rechter niet vaststellen of aan de informatieverplichtingen is voldaan.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en gronden duidelijk vermelden en feiten volledig aanvoeren. Dit is niet gebeurd, waardoor de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens niet-nakoming van informatieplichten en onvoldoende onderbouwing.