Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
FHV Castricum BVin haar hoedanigheid van bewindvoerder van de heer [onderbewind gestelde] (hierna te noemen: [onderbewind gestelde] )
Ashtar Food B.V.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer, vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder, tegen zijn werkgever Ashtar Food B.V. De werknemer was sinds september 2022 in dienst als productiemedewerker tegen een bruto maandsalaris van €1.319,50. De werkgever betaalde het loon echter herhaaldelijk te laat en hield salarissen in vanwege vermeende schade en boetes.
De bewindvoerder vorderde in kort geding dat de werkgever het loon vanaf maart 2023 doorbetaalt tot het einde van de arbeidsovereenkomst, loonstroken verstrekt onder dwangsom, en wettelijke rente en verhogingen betaalt over de te laat betaalde salarissen. De werkgever stelde zich op het standpunt dat zij het loon mocht inhouden wegens niet-contante betalingen door de werknemer aan klanten.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever het loon niet mag inhouden zonder wettelijke grondslag en dat het incassorisico niet bij de werknemer ligt. De werkgever erkende de te late betalingen en betaalde na dagvaarding het loon van januari en februari 2023 alsnog. De vordering werd daarom verminderd, maar de werkgever werd veroordeeld het loon door te betalen en loonstroken te verstrekken onder dwangsom.
Daarnaast werden de wettelijke rente en verhogingen toegewezen. De proceskosten kwamen voor rekening van de werkgever. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee is de loonvordering grotendeels toegewezen en is de werkgever verplicht tot correcte loonbetaling en administratie.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, verstrekking van loonstroken onder dwangsom en betaling van wettelijke rente en verhogingen.