Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, verweerder
Inleiding
Procedureverloop
Beoordeling door de rechtbank
29 juli 2022 uitdrukkelijk geweigerd in te stemmen met uitstel. Artikel 4.2a van de Woo bepaalt weliswaar dat een bestuursorgaan met de indiener van een omvangrijk Woo-verzoek in overleg kan treden over de prioritering en afhandeling van het verzoek, maar verbindt aan zulk overleg geen gevolgen voor de beslistermijn. Nu verweerder geen beroep heeft gedaan op een andere wettelijke opschortingsgrond, is de beslistermijn niet opgeschort geweest. Dat betekent dat de beslistermijn op 7 juli 2022 is gaan lopen en dat verweerder op grond van artikel 4.4, eerste lid van de Woo, binnen vier weken – uiterlijk
4 augustus 2022 – had moeten beslissen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen niet tijdig nemen van een besluit op het Woo-verzoek gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- verwijst het beroep voor zover gericht tegen de met betrekking tot het Woo-verzoek genomen deelbesluiten naar verweerder ter behandeling als bezwaar;
- draagt verweerder op om uiterlijk op
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden.
drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
2 mei 2023.