ECLI:NL:RBNHO:2023:4463
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot nihilstelling partnerbijdrage na wijziging draagkracht man
Partijen zijn na een lang huwelijk gescheiden met een vrijwel identieke financiële uitgangspositie. De man had aanvankelijk een partnerbijdrage aan de vrouw te betalen, maar verzocht deze te wijzigen naar nihil wegens gewijzigde omstandigheden en gebrek aan draagkracht.
De vrouw had een behoefte van € 3.810 bruto per maand, waarvan na aftrek van AOW en pensioen € 2.502 resteerde. De rechtbank oordeelde dat deze behoefte niet was verbleekt of verminderd, mede gelet op vaste jurisprudentie en het traditionele rollenpatroon tijdens het huwelijk.
De man was sinds november 2022 geen dga meer, ontving geen loon meer, en had alleen nog huurinkomsten uit een bedrijfspand met bijbehorende lasten. Gezien zijn leeftijd kon niet van hem worden verwacht dat hij nog betaalde arbeid verricht. De rechtbank achtte het onredelijk om van hem te verlangen te verhuizen naar een goedkopere woning.
De man had een negatieve draagkracht, mede door schulden en lasten, en kon geen partnerbijdrage meer betalen. De rechtbank stelde daarom de partnerbijdrage met ingang van 10 november 2022 op nihil en bepaalde dat teveel betaalde bedragen niet hoeven te worden teruggevorderd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De partnerbijdrage van de man aan de vrouw wordt met ingang van 10 november 2022 op nihil gesteld wegens gebrek aan draagkracht.