Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[betrokkene]
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van ENGIE Nederland Retail B.V. tegen een beschermingsbewindvoerder handelend namens een consument, wegens wanbetaling van een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De eisende partij stelde dat zij een overeenkomst op afstand had gesloten met de gedaagde partij, die zij vroegtijdig had beëindigd wegens wanbetaling. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6 BW, titel 5, afdeling 2B, was voldaan. De eisende partij heeft dit voldoende onderbouwd met een weergave van het aanmeldproces en de bevestiging van de leveringsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond was en wees deze toe, inclusief de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2022 en de buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde partij werd veroordeeld in de proceskosten en de veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van € 1.083,04 met wettelijke rente en proceskosten.