ECLI:NL:RBNHO:2023:5868
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen bestuurlijke boete voor overtreding Arbeidstijdenwet
Eisers waren vennoten en franchisenemers van een onderneming waar in januari-februari 2020 meerdere overtredingen van de Arbeidstijdenwet zijn geconstateerd, met name met betrekking tot jeugdige werknemers. De minister legde een bestuurlijke boete van €7.875,- op, die na bezwaar onverminderd bleef. Eisers voerden beroep in tegen het besluit, met bezwaren over schending van de hoorplicht, tijdigheid van de besluitvorming en matiging van de boete vanwege financiële omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat eisers aanvankelijk afzagen van een hoorzitting en later niet reageerden op een tweede aanbod. Wel is de minister te laat met het besluit op bezwaar, waardoor een dwangsom van €115,- wordt vastgesteld. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de boete onevenredig is, ondanks hun financiële situatie en de impact van COVID-19 op de onderneming.
De redelijke termijn voor het opleggen van de boete is niet overschreden. De rechtbank vernietigt het besluit alleen voor zover het de dwangsom betreft en bepaalt zelf de dwangsom. De opgelegde boete blijft gehandhaafd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Beroep gegrond voor dwangsom van €115,- wegens te late besluitvorming, boete van €7.875,- blijft in stand.