De vereniging Haarlemse Kegel Bond (HKB) verkocht haar clubhuis aan HBB Vastgoed B.V. met een garantie dat het pand geen asbest bevatte. De toenmalige bestuurders van HKB, gedaagde partijen, ondertekenden deze koopovereenkomst met de garantie. Later bleek er asbest aanwezig, waarna HKB aansprakelijk werd gesteld voor saneringskosten en een schikking van €170.000,- trof met HBB.
HKB stelde de bestuurders aansprakelijk voor het afgeven van de garantie en het nemen van onaanvaardbare risico's, stellende dat zij wisten of hadden moeten weten van de asbestverontreiniging. De bestuurders voerden verweer dat zij niet op de hoogte waren van asbest en dat zij slechts de overeenkomst namens HKB ondertekenden, waarbij de bouwcommissie verantwoordelijk was voor de onderhandelingen.
De rechtbank oordeelde dat HKB onvoldoende concrete aanwijzingen had dat de bestuurders wisten van de asbestverontreiniging. Hoewel het aangaan van de garantie achteraf een inschattingsfout kan zijn, was dit niet ernstig verwijtbaar. Ook het feit dat het bestuur uit onbezoldigde vrijwilligers bestond, speelde mee. De schikking zonder overleg met de bestuurders werd als onjuist beoordeeld, maar dit leidde niet tot aansprakelijkheid.
De vordering van HKB werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank zag geen sprake van onbehoorlijk bestuur of onrechtmatige daad door de bestuurders.