Betrokkene was in augustus en september 2022 gedwongen opgenomen en onderging verplichte zorg zonder geldige juridische titel, nadat de Hoge Raad de eerdere machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel vernietigde.
De rechtbank oordeelde dat alleen de Staat aansprakelijk is voor de schadevergoeding, omdat GGZ NHN en Arkin te goeder trouw handelden op basis van een toen geldige beschikking. Betrokkene vorderde een immateriële schadevergoeding voor de onrechtmatige opname en verplichte zorg, alsmede materiële schadevergoeding voor inkomensverlies en ziektekosten.
De rechtbank kende een immateriële schadevergoeding toe van € 100 per dag voor opname en € 50 per dag voor verplichte zorg zonder opname, totaal € 1.750, vermeerderd met wettelijke rente. De materiële schadevorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan causaal verband.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, op 12 juli 2023. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.