ECLI:NL:RBNHO:2023:67

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 januari 2023
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
10202168 \ CV EXPL 22-6757
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBoek 6, titel 5, afdeling 2B BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-nakoming precontractuele informatieplichten consument

De eisende partij, bestaande uit een maatschap en haar maten, vordert betaling van een bedrag van €1.589,24 plus rente en incassokosten van de gedaagde partij. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de eisende partij niet heeft gesteld noch onderbouwd dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Er is geen concrete toelichting gegeven over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe de informatieplicht is nageleefd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de essentiële informatie heeft ontvangen.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de eis en de gronden daarvan volledig en naar waarheid aanvoeren, wat hier niet is gebeurd. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten aan de eisende partij opgelegd. De eisende partij krijgt geen gelegenheid om haar vordering alsnog toe te lichten of te onderbouwen.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het niet nakomen van de precontractuele informatieplichten door de eisende partij.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10202168 \ CV EXPL 22-6757
Uitspraakdatum: 4 januari 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. de maatschap
[eiser 1]
gevestigd te [plaats 1]
2.
[eiser 2]
wonende te [plaats 1]
3.
[eiser 3]
wonende te [plaats 2]
4.
[eiser 4]
wonende te [plaats 3],
eisers 2 tot en met 4 allen in hun hoedanigheid van maten van [eiser 1]
tezamen te noemen: de eisende partij
gemachtigde: E.E. van Bambost (Hettema & van Bambost Juristen)
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 4], gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 1.589,24, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.3.
De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter