Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Hij stelde dat hij niet zelf de bestuurder was en dat de boete aan de daadwerkelijke bestuurder had moeten worden opgelegd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete.
Op de zitting van 4 juli 2023 bij de Rechtbank Noord-Holland verschenen betrokkene en zijn advocaat, evenals de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter overwoog dat volgens artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de boete aan de kentekenhouder mag worden opgelegd indien niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder was en er geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder was.
In deze zaak was de verbalisant in privétijd, reed niet in een herkenbaar politievoertuig en beschikte niet over middelen om een stopteken te geven. Hierdoor was geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder aanwezig. Daarom mocht de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.