De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep tegen een omgevingsvergunning verleend aan de gemeente Zaanstad voor de bouw van 64 tijdelijke woonunits voor Oekraïense vluchtelingen. De vergunning bevatte een parkeernorm van 0,3 parkeerplek per woonunit, welke door eisers werd betwist vanwege onvoldoende motivering.
Na een tussenuitspraak waarbij de rechtbank het college de gelegenheid gaf het motiveringsgebrek te herstellen, gaf het college opdracht aan Goudappel een deskundigenrapport op te stellen. Dit rapport concludeerde dat een parkeernorm van 0,65 parkeerplek per woonunit passend is, gebaseerd op het autobezit van Oekraïense vluchtelingen en CROW-kencijfers.
Het college nam het advies over en wijzigde de vergunning dienovereenkomstig. De rechtbank oordeelde dat deze aanvullende motivering voldoende was en het motiveringsgebrek was hersteld. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de oorspronkelijke parkeernorm betrof, maar het besluit bleef in stand met de aangepaste norm. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.