ECLI:NL:RBNHO:2024:13059
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden na strafbare feiten bevestigd
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van de korpschef van politie om haar toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden in te trekken. De rechtbank had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld en de korpschef de gelegenheid kreeg dit te herstellen.
Na aanvullende motivering door de korpschef concludeert de rechtbank dat de intrekking op goede gronden is gebaseerd. Eiseres heeft binnen een korte periode twee strafbare feiten gepleegd: rijden onder invloed van harddrugs en rijden met een geschorst rijbewijs. Deze gedragingen zijn onverenigbaar met de betrouwbaarheidseisen die aan beveiligers worden gesteld en raken aan de aard van de beveiligingswerkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef terecht geen lichtere maatregel heeft gekozen en ook de eerdere incidenten uit 2016 en 2017 meegewogen zijn. De persoonlijke omstandigheden van eiseres maken de intrekking niet onevenwichtig. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven met de aanvullende motivering in stand. De korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden blijft in stand met aanvullende motivering.