Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres 1] ,
1.Tenlastelegging
Subsidiairmedeplichtigheid aan medeplegen van afpersing van [slachtoffer 2] in Haarlem op 5 juli 2023;
[slachtoffer 2] in Haarlem op 5 juli 2023.
bijlage 1aan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage 2bij dit vonnis zijn vervat.
11 september 2023 op de camerabeelden van de woning van het slachtoffer is te zien. Na binnenkomst in de woning heeft [medeverdachte 1] op de begane grond de mobiele telefoon van de moeder van het slachtoffer en haar autosleutel weggenomen, voordat hij naar boven is gelopen. In de slaapkamer van het slachtoffer is het tot een confrontatie gekomen tussen het slachtoffer en [medeverdachte 1] en heeft [medeverdachte 1] met een mes in de hart/borststreek van het slachtoffer gestoken, als gevolg waarvan het slachtoffer is overleden. [medeverdachte 1] heeft hierna de woning meteen verlaten en de door hem weggenomen spullen meegenomen, waaronder ook de mobiele telefoon van het slachtoffer en een contant geldbedrag die beide in de slaapkamer van het slachtoffer aanwezig waren. [medeverdachte 1] is weggevlucht naar de (volgens afspraak) gereedstaande auto.
( [telefoonnummer 1] ) een reisbeweging in de richting van IJmuiden.
(de rechtbank begrijpt: naar)binnen’ af dat de verdachte met [medeverdachte 1] het plan had opgevat om een overval te plegen. Uit het chatgesprek volgt dat de verdachte op voorhand wetenschap had van het feit – daartoe zelfs de instructie gaf – dat [medeverdachte 1] een wapen in de vorm van een mes zou meenemen. Het geven van een instructie tot bewapening past naar het oordeel van de rechtbank niet bij een zakelijke afspraak. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] daadwerkelijk een groot mes heeft meegenomen naar de woning van het slachtoffer en twee geprepareerde tie-wraps (tie-wraps die reeds door het slotje zijn gehaald en tot een lus zijn gevormd). Eén van die tie-wraps is achtergebleven in de slaapkamer van het slachtoffer en de andere tie-wrap zat in de linker jaszak van [medeverdachte 1] toen hij de woning weer verliet. De rechtbank acht in dat licht bezien de lezing van de verdachte dat sprake was van een zakelijke afspraak waarvan het slachtoffer zou weten, ongeloofwaardig en schuift ook dat deel van de verklaring terzijde.
– zoals hiervoor overwogen – het scenario uitgesloten dat sprake was van een zakelijke afspraak waarvan het slachtoffer op de hoogte was. Wat op de beelden is te zien past bovendien bepaald niet bij een zodanige afspraak. Dat [medeverdachte 1] de voordeur eigenhandig heeft geopend, past daarentegen juist wel bij de verklaring van de vader van het slachtoffer dat de voordeur van de woning moet worden geopend door ‘de deur eerst naar je toe [te] halen’ (proces-verbaal van verhoor getuige (map F, pagina’s 15-16)) . Verder kan uit de verklaringen van de naasten van het slachtoffer en de stappenteller van de iPhone van het slachtoffer worden afgeleid dat:
- het slachtoffer gewoonlijk tot 13:00 uur ’s middags uitsliep;
- het slachtoffer op 11 september 2023 nog in zijn bed lag toen zijn moeder omstreeks 09:30 uur à 09:45 uur de hond ging uitlaten;
- het slachtoffer nooit verdovende middelen (hennep en hasj) aan de deur van of in zijn ouderlijk huis verkocht (proces-verbaal van verhoor getuige (map F, pagina’s 35-41));
- het slachtoffer gewoonlijk niet de voordeur zou openen in zijn onderbroek (proces-verbaal van verhoor getuige (map F, pagina’s 35-41));
- de stappenteller van de iPhone van het slachtoffer op 11 september 2023 niet eerder dan om 10:45:18 uur – op dat moment was de verdachte al ruim twee minuten in de woning aanwezig – gegevens registreerde.
hoe[medeverdachte 1] de voordeur heeft weten te openen.
globaleopzet van de verdachte gericht op het (desnoods met geweld) bemachtigen van kostbare sieraden.
als zodanig.
specifiekwas gericht op de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de aangeefster. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder 3 (primair en subsidiair) ten laste gelegde feit.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.6. Motivering van de sancties
– kort gezegd – verschillende feitenrechters betoogd dat de hoogte van een straf zoals door de officier van justitie is gevorderd niet passend is. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een GVM geen toegevoegde waarde heeft en ook niet aan de verdachte kan worden opgelegd, nu de reclassering daartoe niet heeft geadviseerd.
7.Beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- gedenksteen € 3.620,00
Meer subsidiair heeft de raadsman de volgende standpunten ingenomen.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de affectieschade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft primair verzocht de post uitvaartkosten af te wijzen, omdat onvoldoende duidelijk is welk bedrag de verzekering precies heeft uitgekeerd. Subsidiair moeten de kosten worden gematigd tot € 11.000, omdat de gestelde schade de gemiddelde kosten voor een uitvaart (€ 7.000 tot € 11.000) overstijgen. De raadsman heeft verzocht de post gedenksteen af te wijzen, omdat deze kosten niet noodzakelijk zijn en daarom niet vallen onder de reikwijdte van de kosten voor lijkbezorging.
materiële schade
- schilderkosten € 2.671,34.
Meer subsidiair heeft de raadsman de volgende standpunten ingenomen.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de affectieschade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft verzocht de post gederfde inkomsten af te wijzen, dan wel de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren. De benadeelde partij heeft bewust bepaalde loonstroken niet overgelegd, waardoor de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest de post te betwisten. Ook is niet voldoende duidelijk dat de toekomstige schade daadwerkelijk zal worden geleden.
De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde immateriële schokschade primair aangevoerd dat de benadeelde partij niet kan worden ontvangen in de vordering, omdat meer onderzoek nodig is naar de vraag of al het gestelde geestelijk letsel het gevolg is van het misdrijf of dat mogelijk sprake is van een voorgeschiedenis. Subsidiair heeft de raadsman – onder verwijzing naar jurisprudentie – verzocht de schade te matigen tot € 10.000,00.
De raadsman heeft verzocht de posten schoonmaak- en schilderkosten af te wijzen, omdat een wettelijke grondslag voor vergoeding ontbreekt en toewijzing niet redelijk en billijk wordt geacht.
aan de hand van de omstandigheden van het geval naar billijkheid en schattenderwijs (zal) moeten afwegen in hoeverre bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding van de immateriële schade die het gevolg is van het hiervoor bedoelde, door de hevige emotionele schok veroorzaakte geestelijk letsel, rekening wordt gehouden met die aanspraak op (vergoeding van) affectieschade’. De rechtbank merkt in dit verband op dat, los van het verdriet om het overlijden van haar zoon, voldoende is gesteld en onderbouwd dat bij de benadeelde partij geestelijk letsel is veroorzaakt door de confrontatie met (de sporen van) de gewelddadige dood van haar zoon in haar eigen woonomgeving. De vordering zal dan ook worden toegewezen.
€ 12.500,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Meer subsidiair heeft de raadsman het volgende standpunt ingenomen. De raadsman heeft primair aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering omdat niet aan het confrontatievereiste is voldaan. Ook is meer onderzoek nodig naar de vraag of het gestelde geestelijk letsel het gevolg is van de confrontatie. Meest subsidiair heeft de raadsman – onder verwijzing naar jurisprudentie – verzocht de gevorderde schadevergoeding te matigen tot € 10.000,00.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
10 (tien) jaren.
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
€ 36.845,30(zegge: zesendertigduizend achthonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), bestaande uit € 16.845,30 als vergoeding voor de materiële schade en € 20.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 36.845,30(zegge: zesendertigduizend achthonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 121 (honderdéénentwintig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 48.974,84(zegge: achtenveertigduizend negenhonderdvierenzeventig euro en vierentachtig eurocent), bestaande uit € 8.974,84 als vergoeding voor de materiële schade en € 40.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 48.974,84(zegge: achtenveertigduizend negenhonderdvierenzeventig euro en vierentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 155 (honderdvijfenvijftig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening aan [benadeelde 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 54 (vierenvijftig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 5.807,00(zegge: vijfduizend achthonderdzeven euro), bestaande uit € 3.807,00 als vergoeding voor de materiële schade en € 2.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2023 tot aan de dag van algehele voldoening aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.807,00(zegge: vijfduizend achthonderdzeven euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2023 tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen/in de hart/borst(streek), althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken/gesneden, terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
hebbende die [medeverdachte 1] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen/in de hart/borst(streek), althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken/gesneden,
terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad,
- de naam en/of adresgegevens van [slachtoffer 1] aan [medeverdachte 1] door te geven, en/of
- het bespreken van en/of doen van suggesties en/of geven van aanwijzingen over de wijze waarop de woningoverval gepleegd zou kunnen worden, en/of
- [medeverdachte 1] (telefonisch) te begeleiden en/of de weg te wijzen naar de woning van [slachtoffer 1] (gelegen aan [adres 3] te Driehuis), en/of
- [medeverdachte 1] te instrueren een mes, althans een wapen, mee te nemen, en/of
- [medeverdachte 1] met de auto op te (laten) halen en/of (vervolgens) af te zetten bij en/of in de buurt van de woning van [slachtoffer 1] , en/of
- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf in een (personen)auto te wachten, teneinde die [medeverdachte 1] te helpen vluchten, althans de vlucht mogelijk te maken en/of gemakkelijk te maken;