Eiser, een aannemer en eenmanszaak, verrichtte schilder- en stucwerkzaamheden in het huurappartement van gedaagde, een consument en aangetrouwde familie. Partijen spraken mondeling een vaste prijs van €5.300,- af exclusief materiaal, dat gedaagde zelf zou aanschaffen. Na afronding van de werkzaamheden betaalde gedaagde slechts €2.500,- en weigerde het restant te voldoen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser voldoende heeft aangetoond dat een prijsafspraak bestond, mede op basis van WhatsApp-berichten en een audio-opname waarin gedaagde de prijs niet ontkent. Wel is vastgesteld dat eiser zijn informatieplicht onder artikel 6:230m lid 1 sub e BW heeft geschonden omdat onvoldoende duidelijkheid is gegeven over de prijsopbouw.
Vanwege deze schending wordt de betalingsverplichting van gedaagde met 10% verminderd, een lagere sanctie dan de standaard 25% vanwege de familierelatie en de kleine onderneming van eiser. Daarnaast wordt het meerwerk voor het vullen van gaten afgewezen, terwijl het plaatsen van sierlijsten deels wordt toegewezen tegen een redelijk tarief van €90,- inclusief btw.
Het beroep van gedaagde op verrekening met herstelkosten faalt omdat zij onvoldoende gebreken heeft aangetoond en de tegenvordering tot teruggave van materialen en gereedschap wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.