ECLI:NL:RBNHO:2024:14013
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding in zorgovereenkomst
Eiseres heeft zorg verleend aan haar schoonvader op basis van een zorgovereenkomst en ontving daarvoor loon. Na het overlijden van haar schoonvader vroeg zij een WIA-uitkering aan, die werd afgewezen omdat geen sprake was van een dienstverband. De rechtbank oordeelt dat aan twee van de drie vereiste elementen van een arbeidsovereenkomst is voldaan, namelijk persoonlijke arbeid en loon, maar dat het element gezagsverhouding ontbreekt.
De rechtbank stelt vast dat toezicht op het werk werd gehouden door familieleden en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiseres onder gezag van haar schoonvader stond. Ook het feit dat eiseres eerder een Ziektewetuitkering ontving, leidt niet tot het oordeel dat zij verzekerd was voor de WIA. Daarnaast faalt het verweer dat eiseres onjuist is geïnformeerd door het zorgkantoor, omdat dit niet aan verweerder kan worden toegerekend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Mons op 23 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens ontbreken van een gezagsverhouding.