ECLI:NL:RBNHO:2024:141

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 januari 2024
Publicatiedatum
9 januari 2024
Zaaknummer
10706493 \ CV EXPL 23-6029
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBoek 6, titel 5, afdeling 2B BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten en onvoldoende onderbouwing

De zaak betreft een vordering van Terberg Business Lease Group BV tegen een gedaagde partij tot betaling van €695,60 plus wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelde de vordering ambtshalve op naleving van de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW, die gelden bij overeenkomsten tussen handelaar en consument. De eisende partij heeft nagelaten een leesbare versie van de gesloten overeenkomst te overleggen, waardoor niet kan worden vastgesteld of aan deze plichten is voldaan.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en gronden vermelden en moet de eisende partij de feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. Dit is niet gebeurd, zodat de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd, maar vastgesteld op nihil voor de gedaagde partij.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens niet-naleving van precontractuele informatieplichten en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10706493 \ CV EXPL 23-6029
Uitspraakdatum: 10 januari 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Terberg Business Lease Group BV
gevestigd te Utrecht
de eisende partij
gemachtigde: TeRecht Gerechtsdeurwaarders en Incasso
tegen
[gedaagde 1]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij op 4 september 2023 gedagvaard. Deze dagvaarding bevatte het verkeerde adres van de Rechtbank Noord-Holland, kamer voor kantonzaken, locatie Haarlem. Naar aanleiding van het tussenvonnis van de kantonrechter heeft de eisende partij op 18 oktober 2023 een herstelexploot uitgebracht. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 695,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 augustus 2023. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
(Pre)contractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.3.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten een leesbare versie over te leggen van de tussen partijen gesloten overeenkomst over te leggen. Weliswaar heeft de eisende partij de overeenkomst overgelegd als productie 1, maar deze productie is dusdanig slecht leesbaar dat de kantonrechter niet kan toetsen of de eisende partij aan de op haar rustende (pre)contractuele verplichtingen heeft voldaan.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat hij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter